Stadsbrouwerij De Plukker in hopmuseum

de plukker

Vermoedelijk in 2023 bouwt Brouwerij De Plukker BV een groot deel van het gelijkvloers van het huidige hopmuseum om tot een stadsbrouwerij. “Onze brouwerij is dit jaar 10 jaar jong. We dromen van een kleine brouwerij waar we een wisselend aanbod van speciale bieren kunnen brouwen en we tegelijk toeristen en Poperingenaars kunnen verwelkomen in een attractieve horecazaak met uitgebreid terras”, lichten Joris Cambie en Kris Langouche hun plannen toe.

Op 29 maart 2021 keurde de gemeenteraad zowel het “Strategisch beleidsplan toerisme-recreatie 2021-2025” als het “Beleidsplan 2021-2025 van het hopmuseum” goed. Beide plannen bevatten als een belangrijk actiepunt voor de komende jaren de renovatie van de hele hopmuseumsite, waartoe zowel de stadsschaal (cafetaria en zaal Den Aria), het vroegere VDAB-gebouw (nu burelen en documentatiecentra voor hopmuseum en WOI-toerisme), het hopmuseum zelf alsook het verworven terrein achter het museum (deel van de slachthuissite) behoren.

Centrum van Hop en Bier

Tegelijk staat in beide beleidsplannen dat de stad Poperinge op toeristisch vlak volop verder de kaart trekt van hop en bier en dat het huidige hopmuseum een make-over tot een volwaardig Centrum van Hop en Bier verdient. In die optiek is de integratie van een stadsbrouwerij binnen de muren van de hopmuseumsite één van de belangrijkste acties.

Zo’n stadsbrouwerij toont proefondervindelijk (en met een beleving van alle zintuigen) het hele brouwproces, bij wijze van spreken van Poperingse hop tot Poperings streekbier, en is tegelijk de degustatieruimte bij uitstek na een museumbezoek of dé ontmoetingsplaats, place to be of instappunt voor wie Poperinge toeristisch wil verkennen.

Na een open oproep diende Brouwerij De Plukker BV een dossier in om op de (gerenoveerde) site een stadsbrouwerij uit te baten. Constructieve onderhandelingen leidden uiteindelijk tot de gunning in zitting van het schepencollege van 18 oktober 2021.

3 fases

“Deze ondertekening betekent niet dat De Plukker meteen een stadsbrouwerij inricht. De concessiehouder engageert zich ook om in een eerste fase zowel financieel als inhoudelijk mee te werken aan de opmaak van een voorstudie met betrekking tot de herinrichting van de hele hopmuseumsite. Voor de brouwerij beperkt de financiële deelname zich tot max. 20 procent van de kosten, met een maximum van 5.000 euro. Bedoeling is om in de eerstkomende maanden een studiebureau aan te stellen. We hopen de resultaten van die studie eind 2022 of begin 2023 te kennen en dan kan De Plukker eventueel de stadsbrouwerij inrichten. Tegelijk start dan de tweede fase, nl. de opmaak van een ontwerp/architectuuropdracht voor de bouw en uitvoering van de voorstudie. Uiteraard vallen die kosten vooral ten laste van de stad, de brouwerij betaalt enkel een aandeel pro rata van de ruimtes, die tot de concessie behoren. Tenslotte is er de derde fase, nl. de effectieve werken. Ook hier beperkt de financiële inbreng van de brouwerij zich tot de werken aan het onroerend goed die betrekking hebben op de in concessie gegeven ruimtes én uiteraard tot de inrichting zelf van de stadsbrouwerij”, licht burgemeester Christof Dejaegher toe.

Na de eerste en de tweede fase is er telkens een evaluatiemoment waarop de concessiegever en de concessiehouder na onderling overleg het gezamenlijke project kunnen voortzetten, stoppen of aanpassen. Of beslissen om alleen door te zetten.

Wekelijks tot 500 liter

Stadsbrouwerij De Plukker zette al een binnenhuisarchitecte aan het werk om de inrichting van de stadsbrouwerij voor te bereiden: “Bezoekers kunnen het brouwproces van nabij volgen terwijl ze de geur van verse wort met de meekokende hop opsnuiven. De bierliefhebber komt in onze horecazaak ruim aan zijn trekken door de combinatie van een vast en wisselend aanbod aan kwaliteitsvolle ter plaatse gebrouwen bieren. Uiteraard bieden wij naast onze bieren ook Heuvellandse wijnen, artisanale tuinsappen, pure thee, koffie en hapjes voor de kleine honger (in samenwerking met lokale partners) aan. We mikken op een wekelijks brouwsel tot 500 liter”, vertellen Joris Cambie en Kris Langouche.